Waarom duurt het zo lang?
Het is gek om te werken aan een manuscript wat pas over drie – vier jaar het levenslicht zal zien. Bij het schrijven van een boek komt namelijk meer kijken dan een idee. Voor het gemak zal ik het onderverdelen in een aantal fases die ik zelf hanteer.
Fase 1: schrijven, schrijven, schrijven
Dit vind ik zelf altijd de leukste fase om te doorlopen. Hierbij schrijf ik geheel zonder plan een eerste versie. Een auteur noemde dit heel toepasselijk ook wel “de shit versie”. Ik vind dit nog steeds de perfecte beschrijving. Je schrijft een versie, waarbij je nergens rekening mee houdt. De zinnen hoeven niet perfect, de emotie hoeft niet perfect, de gebeurtenissen hoeven niet perfect. Het enige wat ik doe, is schrijven wat er in mij opkomt.
Afhankelijk van hoe snel mijn vingers en brein willen duurt dit ongeveer vier tot zes maanden. Wel zorg ik ervoor dat ik alvast wat herschrijf. Zo heb ik mijzelf voorgenomen dat zodra ik het huidige hoofdstuk waar ik aan werk af heb, ik weer ga herschrijven. Nu eerst nog even door net het huidige hoofdstuk, dan staat de inleiding van het verhaal namelijk! Dat voelt altijd als een mijlpaal.
Ondertussen stuur ik de hoofdstukken die ik heb herschreven naar een proeflezer toe. Zij geeft feedback op de stukken, zodat ik die weer mee kan nemen in de volgende ronde.
In deze fase heb ik het uitwerken van de wereld niet vermeld. Dit is iets wat bij mij vaak in stapjes gebeurt. De ene dag bedenk ik A, dan volgen B en C en een paar weken later kan ik ook D tot en met H invullen. Het is een gek proces wat niet te forceren valt. Voor het ene boek heb ik alles zo bij elkaar en voor het volgende boek kost het mij maanden. Ook kan het zijn dat ik tijdens het schrijven ontdek dat er nog wat mist en dat op dat moment moet invullen.
Fase 2: van versie 1 naar versie 2
Bij de tweede versie ga ik nog kritischer kijken. Ik verwerk de feedback die ik verzameld heb, vul aan waar ik informatie mis en daarnaast ga ik schrappen.
Bij de eerste versie maakte het niet uit wat ik neerzette. Het kan dus heel goed dat een volledige scene verdwijnt of dat ik juist besluit dat er nog een scene bij komt. Zo twijfel ik bijvoorbeeld of er nog een bepaalde scene bij moet in het derde hoofdstuk. Terwijl ik dit schrijf, zegt mijn brein: ja, ja, ja. Alleen de grote vraag is: gaat het plot relevant zijn?
Deze fase kost de meeste tijd. Met De weeswaker & De kruidenkinderen vrijwel een jaar bezig geweest om het geheel te herschrijven.
Terwijl ik met de tweede versie bezig ben, gaat deze naar andere proeflezers, zodat zij naar taalfouten en verkeerde formuleringen kunnen speuren. Hoe minder fouten er in het manuscript zit dat ik naar de uitgever stuur, hoe minder er in het uiteindelijk resultaat zitten. De uitgeverij het manuscript nakijken op taalfouten (de woordredactie), maar het blijft mensenwerk.
Fase 3: de uitgever is aan zet
Dit is de spannendste fase in mijn ogen, mogelijk ook omdat ik dit nog niet eerder heb gedaan.
Samen met een redacteur wordt het manuscript opnieuw doorgenomen. Buiten dat mijn proeflezers en ik niet alles zien, zijn er ook bepaalde eisen waar de uitgeverij specifiek op let. Daarnaast is nog een extra paar getrainde ogen ontzettend fijn. Met zijn allen streven we naar een zo’n goed mogelijk eindresultaat!
Van vrienden hoor ik dat ik het beste kan rekenen op zes maanden voor deze fase. Er kan altijd wat uitstel zijn bij de uitgeverij, soms valt er even wat tegen, etc.
Fase 4: en dan?
Deze fase regelt de uitgeverij. Allereerst gaat het boek naar de woordredactie, ondertussen wordt er ondertussen gewerkt aan de cover. Als dat allemaal voor elkaar is, dan gaat het boek de zet in. Hier wordt het ontwerp aan de binnenkant van het boek gemaakt, zodat als je pagina 26 hebt en omslaat, je pagina 27 krijgt en niet 28. Als dat gedaan is, dan gaat het geheel naar de drukker. Voor dit deel van het proces heeft iedereen ook even tijd nodig. Van wat ik heb gehoord zo’n week of zes, dus ik reken even met twee maanden.
Als ik ruim reken, dan kom ik hier ongeveer op uit:
- Fase 1: zes maanden
- Fase 2: een jaar
- Fase 3: zes maanden
- Fase 4: twee maanden
Er is dus bijna twee en een half jaar nodig vanaf het moment dat ik begin aan een manuscript, totdat het klaarligt om verkocht te worden. Als alles goed gaat… De uitgeverij heeft namelijk haar eigen planning, daar moet een boek in passen, Ook kan het kan dat ik last krijg van de MS of kan er iets anders onverwachts spelen. De dikte van het boek heeft ook nog een rol: hoe dikker het boek, hoe langer het duurt.
Het proces van iedere auteur is anders. Wat hierboven staat is hoe ik het op dit moment aanpak. Het kan goed zijn dat ik over een paar jaar teruglees en denk “wat was ik toch onhandig bezig.” Iedereen is anders en hoewel het proces lang duurt, werkt deze manier voor mij het beste.
Toekomstplannen
Op dit moment werk ik aan het manuscript voor het tweede deel van de Erfenis van Nesse (werktitel voor de serie). Ik loop helaas achter op mijn planning, want ik had dit manuscript eigenlijk af willen hebben voordat de redactie van De weeswaker & De kruidenkinderen begint. Hoewel die nog niet begonnen is, is het niet realistisch om er vanuit te gaan dat ik dit manuscript af ga hebben voor die tijd. Het is wat het is, maar daardoor duurt het boek dus al iets langer.
In deze blog heb ik het over deel twee, maar er is ook nog een deel een. Deze had ik geschreven voor De weeswaker & De kruidenkinderen en had eigenlijk mijn debuut moeten worden, maar ik heb gevraagd aan de uitgeverij of het omgedraaid mocht worden. Eerst de standalone en dan het tweeluik, zodat ik meer tijd heb om daar aan te werken. Ik vind het belangrijk dat de delen, zowel qua verhaal als qua schrijfstijl, goed op elkaar aansluiten.