Logo van de website. Tekst: Sanne Hazeveld auteur. Ernaast staat een ganzenveer.
Een cremekleurige achtergrond met de tekst: oudhollands tieren: kom terug, jij schobbejak!

Oudhollands tieren


Schelden is van alle eeuwen, maar de manier waarop we dat deden verschilt. De weeswaker & de kruidenkinderen speelt zich af van 1880 tot en met 1907. Voor mij als auteur een belangrijke vraag: hoe scholden ze toen? Krachttermen geven lading aan emoties en daarmee aan het verhaal, dus het is een belangrijk onderdeel van een boek. Daarmee ontstaat ook de vraag: waar liggen de grenzen?

De grenzen in het schelden

De eerste is voor mij een hele duidelijke: je scheld niet met ziektes. Als ik een boek lees waarin dat gebeurt, dan zie ik dat als een ontzettende afknapper. Ik denk dat iedereen op zijn minst wel iemand kent die overleden is aan kanker. Het is naar mijn mening een gevoelig onderwerp en dat dient ook zo behandeld te worden. Dit geldt in mijn ogen ook voor andere ziektes, ook als ze hier niet meer voorkomen zoals de tering.

Een ander punt voor mij is geloof. Ik ben misschien zelf niet zo gelovig, maar dat betekent niet dat ik er disrespectvol mee om mag gaan. Een hoop scheldwoorden zijn prima effectief als het gedeelte waar de Heer in voorkomt geschrapt mag worden. Als iemand zijn teen stoot en ‘verdomme!’ roept, dan is het echt wel duidelijk bij de lezer.



Lekker tieren!

En dan gericht op de tijdsgeest van het boek, want dat is belangrijk! Scheldwoorden doen veel voor de sfeer. Het grappige is dat ik al vrij snel scheldwoorden vanuit het Middelnederlands kon vinden, maar de periode 19e – 20e eeuw had ik ietsje langer Googlen voor nodig. Ja, Google. Ik gebruik geen AI.

Vervolgens is de toepasbaarheid een dingetje. Leuk woord: kloef, maar dat wekt bij mij niet meteen de associatie van lomperd. Doet dat bij de lezer dat wel? En associeert die dat als een scheldwoord? Gajes en flapdrol zijn bekender en daardoor veiliger om te gebruiken, maar dat mist voor mij toch weer de sfeer van een scheldwoord dat we nu niet zo snel meer gebruiken.

Pfff… Ploert

En daar was hij dan. Een burgerlijk, bekrompen persoon zonder ontwikkeling van geest. Door de T op het einde klinkt het ook nog eens lekker hard, waardoor het in mijn ogen met recht een krachtterm is. Zeker door de context kan de lezer wel bedenken dat mijn personages dit niet heel erg vriendelijk bedoelen. 😉

Verder heb ik mij gericht op scheldwoorden die wij nog wel kennen als we ze horen, maar waarbij we ze niet meer zo snel gebruiken. Shit en fuck zijn veel te modern, maar hoe leuk is oude feeks? Want zo’n personage zit er zeker in!

Een ander mooi woord waar ik helaas geen plekje voor heb kunnen vinden: pezenwever. Komt overeen met een muggenzifter.



Het is Nederland, niet Holland

Voordat iedereen erover valt: dat klopt. Dit is een knipoog, omdat het verhaal zich in Rotterstad afspeelt. Eigenlijk gaat het dus om Neerlandse scheldwoorden en zou ik het over Neerlands schelden moeten hebben. De titel is een knipoog naar dat het zich afspeelt in parallel Rotterdam, wat nou eenmaal in Zuid-Holland ligt. Schelden in die omgeving is weer anders dan bijvoorbeeld rondom Den Bosch. Al vind ik koekwaus een fantastisch woord en ben ik nog aan het verzinnen of ze dat woord hebben overgenomen in Rotterstad… Niets mis met een beetje Brabants toch? Kei leuk wat mij betreft! 😉